Geef je klant eens een knuffel

Vandaag deel ik mijn column die eerder verscheen in het Tijdschrift voor Schuldsanering. Omdat ik vind dat het in de schuldhulp vaak teveel gaat over het juridisch inhoudelijke deel van het oplossen van schulden, en dat wat het doet met mensen nog niet voldoende belicht wordt. Dat is wat ik wil laten horen. Dat is waar ik van overtuigd ben dat nodig is om toe te voegen aan goede hulp bij schulden. Daarom mij pleidooi voor een free hug voor iedereen met schulden ­čÖé

TvS_2018_pagina_20

Groet!

Liselotte Maas

 

Advertenties
fotografie Jade de Kort

De weeffout in de Wsnp

Het is bijna twintig jaar geleden dat ik als stagiair reikhalzend uitkeek naar de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen die in aantocht was. Na een jarenlange voorbereiding eindelijk een wet die het mogelijk gaat maken dat er voor iedereen met schulden een oplossing komt. Twintig jaar later is dat doel niet bereikt.

De afgelopen maanden ben ik samen met een groepje Fijne Mensen op ontdekking gegaan naar wat nu de ideale route in de schuldhulp is. Heerlijk om met mensen van een afstandje terug te kijken. Even afstand van de waan van de dag. En wat hoor ik dan? Ik hoor dat degenen met schulden vooral iemand willen die naar hen luistert, die er voor hen is. En ik hoor dat de schuldhulpverlener graag voldoende tijd heeft voor zijn client. En de ruimte krijgt om zijn rol zo in te vullen als hij of zij denkt dat goed is. En dat kan in iedere situatie net even anders zijn.

Wow, dat is eigenlijk wel interessant. Al klinkt het nogal voor de hand liggend. Want wat gebeurt er als iemand zich tot de Wsnp wendt? Een rechter en een bewindvoerder Wsnp blinken doorgaans niet uit in hun empathische vermogens. “Dat is ook niet onze taak, wij zijn toezichthouder”. Kijk, en daar gaat iets mis. Toezicht houden op de liquidatie van een BV klinkt logisch. Maar het toezicht houden tijdens een Wsnp traject heeft iets, iets, onnatuurlijks. Een ‘natuurlijk persoon’ is meer dan activa en passiva. Dit is Anton die geknakt is nadat hij zijn baan heeft verloren. En Erna die na een moeilijke scheiding opnieuw een bestaan probeert op te bouwen met haar twee kinderen. De rechter-commissaris ziet er op toe dat de sollicitatieplicht strikt wordt nagekomen. En de parttime baan die Erna heeft zodat ze haar werk kan combineren met de schooltijden van haar kinderen, kan leiden tot een einde zonder schone lei, want 36 uur werken is de norm. En die geldt voor iedereen. En Anton heeft een boedelachterstand, want de berekening van het vrij te laten bedrag bleek niet correct, daarom wordt er nu 300 euro van zijn vrij te laten vakantiegeld achtergehouden. Dit is niet de manier waarop Erna en Anton graag geholpen worden. Ze moeten wel, want de schulden voelen als een molensteen om hun nek. Maar dit is niet de hulp die ze nodig hebben.

En de professional? De schuldhulpverlener wil graag de tijd en ruimte die nodig is om zijn werk goed te doen. Dat is bij de bewindvoerder Wsnp al niet anders. Maar de bewindvoerder Wsnp heeft het niet zo voor het zeggen. De rechtbank bepaalt voor een groot deel het werkproces, de werkzaamheden, de grenzen van de verantwoordelijkheid van de bewindvoerder en de vervolg benoemingen. Niet echt veel speelruimte dus.

Mijn conclusie is dat het mooi is dat er een wet is gekomen die een schone lei mogelijk maakt, dat was destijds ook echt vernieuwend. Maar twintig jaar verder in de tijd past het om de rol van de toezichthouders te herzien. Erna en Anton willen graag van hun schulden af, maar verwachten ook dat er echt naar hun belangen wordt geluisterd en dat ze ook zelf inbreng mogen hebben in het verloop van hun saneringstraject.

 

Fotografie: Jade de Kort

Over hoge en lage mensen

Afgelopen weekend werd een video van Marianne Zwagerman honderdduizenden keren gedeeld op Facebook. Ze trekt daarin fel van leer tegen de term ‘lager geschoold personeel’. Dat we dat nooit meer gebruiken. En in plaats daarvan spreken over theoretisch en praktisch geschoolde mensen. Kijk vooral het prachtige en krachtige statement terug.

We snappen blijkbaar dat dit onderscheid niet ok├ę is. Niet voor niets dat het zo ontzettend vaak is gedeeld en geliked en veel aandacht krijgt. Volkomen terecht. En wat kunnen we hier uit leren als we het doortrekken naar de schuldhulp? Naar mijn idee veel.

Ik denk dat veel, heel veel van de mensen met schulden, huiveren om contact op te nemen met de gemeente. Omdat je je dan mislukt voelt, minder dan degene aan wie je je hele ‘hebben en houwen’ moet gaan voorleggen. Dat je geen zin hebt dat er dan met een vingertje wordt gewezen op wat je misschien minder handig hebt aangepakt. Iedere schuldhulpverlener zal zeggen dat hij zo niet met zijn klanten omgaat. Dat hij respect heeft voor iedereen met schulden, en ze graag helpt. Dat zal ongetwijfeld waar zijn. Maar toch. Het voelt niet altijd zo aan ‘de andere kant van de tafel’. En daar zit ’t ‘m in.

“Mensen zijn huiverig om hulp te zoeken bij de gemeente, omdat ze bang zijn voor het opgeheven vingertje van de schuldhulpverlener.”

Om me heen en niet in de laatste plaats bij me zelf, sluipt het er toch in. Een grap van een collega naar aanleiding van een huisbezoek waar blijkt dat laten we zeggen niet alleen de administratie niet geheel op orde is. De vrouw die haar administratie jarenlang door haar ex-man heeft laten verzorgen, in de naar wat achteraf blijkt wat na├»eve veronderstelling dat de boekhouding er toch iets minder rooskleurig uitzag dan ze altijd voorgespiegeld kreeg. Het voedt je met onderhuidse gedachten dat ‘jij’ niet bent zoals ‘zij’. En daar gebeurt het. Dat gevoel neem je ook mee de spreekkamer in. Dat straal je uit als je tijdens een intake gesprek de aanvraag doorneemt en probeert te achterhalen wat hier speelt en waar behoefte aan is.

Een schuldhulpverlener kan zijn werk alleen goed doen, als hij het vertrouwen heeft van mensen. En dat vertrouwen dat kun je alleen maar verdienen. Dat krijg je niet bij het eerste gesprek zomaar mee. Iedere hulpverlener is gelijkwaardig aan de hulpvrager. Alleen met die houding kom je echt met elkaar in gesprek. En kun je de ander gaan helpen met het oplossen van zijn probleem. Dat is ontzettend moeilijk en vergt veel aandacht. Steeds weer opnieuw.

Laten we voortaan naast elkaar plaats nemen in de spreekkamer in plaats van tegenover elkaar, zodat het ‘ik zit hier’ en ‘jij zit daar’ verdwijnt. Zeker weten dat het tot mooie resultaten gaat leiden.