Maak kennis met Wim

Als kind wilde ik stiekem een beetje Brigitte Kaandorp zijn. Optreden, mensen laten lachen, leek me heerlijk. Al haar liedjes kon ik meezingen. Laatst hoorde ik het heerlijke ‘Ik heb een Heel Zwaar Leven‘ op mijn podcast. De tranen liepen over mijn wangen. Hoe herkenbaar. Natuurlijk niet van mezelf 😉

Het deed me denken aan Wim. En iedere schuldhulpverlener en bewindvoerder kent ongetwijfeld ook een Wim. Want Wim is iemand die problemen aantrekt. En geen idee heeft hoe dat komt. Wim begroet je in eerste instantie allervriendelijkst. En als Wim vervolgens de gelegenheid krijgt zijn verhaal te doen, gaat ‘ie los. Want alles wat Wim vertelt, ademt jarenlange frustratie uit. Op zo’n moment voel ik dan de ademhaling hoog in mijn keel. Dat is wat Wim met mij doet.  Wim ziet dat niet, want hij zit vol in zijn verhaal. Onderkoeld, met een soort humor die niet de mijne is, probeert hij laconiek uit te leggen dat hij best Een Heel Zwaar Leven heeft.

Het komt er dan na pakweg drie kwartier op neer, dat de hele wereld tegen hem is. Dat het hem een raadsel is hoe dat komt. Maar dat hij een ding heel zeker weet: dat Wim zoveel schulden en zorgen heeft en er maar geen oplossing voor komt, ligt aan alles en iedereen om hem heen, maar niet aan Wim zelf, gelukkig.

En waarom heb ik nu zo’n moeite met Wim? Omdat ik er niet tegen kan als je niet je eigen verantwoordelijkheid neemt. Ik zou dus willen zeggen: “Kom op Wim, geef jezelf een schop onder je kont en stop met huilen, werk aan de winkel!” En ik zeg niet dat het makkelijk is, en ik zeg niet dat er geen tegenslag zal komen. En dat ik me kan voorstellen dat er af en toe een dag is dat je niet onder de dekens vandaan wilt komen. Maar daarna is het tranen drogen en weer doorgaan.

Die trap onder de kont, die mogen we mensen soms best wat meer geven. Want daar begint het, bij iemand die tot Wim doordringt en zegt:”Stop ermee, zo kan het niet langer!” En als Wim dat beseft, dat het echt bij hem vandaan moet komen. Dan kunnen wij, de schuldhulpverleners, pas echt aan de slag. Tot die tijd is er met Wim niet zoveel te beginnen.

Dit is wat ik wil doen. Mensen laten zien dat zij de sleutel zijn om uit de schulden te stappen. Niemand anders, het begint echt helemaal bij jezelf. Als je dat ziet, is er vervolgens volop hulp voor handen. Hulp die beklijft, die echt iemands leven kan veranderen omdat het aankomt. Omdat iemand zelf wil.

Wat een gemiste kans dat hier in de actieplan brede schuldenaanpak over de ‘brede schuldenaanpak’ van de coalitie niets over in staat. Want het begint echt altijd bij de mensen zelf. Al het andere is pleisters plakken. Nuttige pleisters, maar plakwerk.

Advertenties

Hoe moet het verder met bewindvoering?

Ik zit op de boot naar Terschelling. Komende week uitwaaien op het strand, fietsen door de duinen en even afstand van alles. Op de boot begint het al, vakantiegevoel, heerlijk!

Deze week zetten Nieuwsuur en De Groene Amsterdammer negatieve ervaringen van mensen die onder bewind staan in de spotlights. Verhalen van mensen die van de regen in de drup zijn beland, vragen van mensen met schulden over de manier waarop de bewindvoerder handelt, of niet reageert op vragen en verzoeken.

Wat mij opvalt aan de reacties uit de beroepsgroep, is dat wat ik hoor en lees, alleen uit verdedigen bestaat. “De journalist heeft er niets van begrepen”, “Het gaat om een paar incidenten, is wel onderzocht hoeveel er wel goed gaat?!” “Mensen klagen nu eenmaal altijd.” Waarom zo verdedigend? Ik denk dat er waardevolle lessen te leren zijn uit de ervaringen, het onderzoek en de conclusies.

Neem klachten op zijn minst serieus

Allereerst mogen ‘we’ echt wel eens leren om te luisteren naar onze klant. En daarmee bedoel ik dan onze echte klant, diegene met schulden die onder bewind wordt gesteld. Want ook al zit er aan zijn verhaal uiteraard ook een andere kant, het is wel een ervaring. En dat iemand boos is, of teleurgesteld, is ongetwijfeld niet altijd te voorkomen, maar het is wel erg illustratief dat in de reacties nauwelijks iets van begrip doorsijpelt. Neem klachten op zijn minst serieus, er valt zoveel uit te leren.

Zorg voor een ruimhartige mogelijkheid voor een oplossing

Wat ik me niet kan voorstellen, is dat er ineens zoveel meer mensen niet zelfredzaam zijn. Hier kunnen ook gemeenten lering uit trekken. In plaats van als een slachtoffer te laten weten dat zij nauwelijks iets kan doen aan de toename van beschermingsbewind, kan zij wel degelijk kijken naar haar eigen rol in de uitvoering van schuldhulp. Als die met aandacht voor de individuele situatie van de klant wordt uitgevoerd, door een professional met betrokkenheid en inlevingsvermogen, zal beschermingsbewind lang niet altijd nodig zijn. Sterker, ik verwacht dat het vaak voortkomt uit luiheid en een gebrek aan creativiteit van de gemeente (of wie dan ook verantwoordelijk is voor het opzetten van adequate schuldhulp in de woonplaats), waardoor zo belachelijk veel mensen richting beschermingsbewind worden geleid. Er is echt veel aan te voorkomen, door aan de voorkant ruimhartig te zijn in het helpen van mensen om ze op de rit te krijgen of te houden.

Onderzoek andere manieren van toezicht

En ook interessant is de opmerking dat de rechtbank er is als geschiloplosser en niet als toezichthouder. Daar schreef ik al eerder over, ik zie een organisatie die, laat ik het zo verwoorden, niet op haar sterkst is bij toezichthoudende zaken. Dat zie ik zowel bij beschermingsbewind als bij Wsnp bewind.

En nu laat ik het los en is het tijd voor mijn vakantiegevoel. Met de wens dat iedereen die onder bewind staat, een luisterend oor vindt bij zijn bewindvoerder. Zeker in deze periode, met alle aanvragen voor een deel van het vakantiegeld voor de boeg. Zet ‘m op.

 

Groet!

Liselotte Maas

De schuldencoach

Geef je klant eens een knuffel

Vandaag deel ik mijn column die eerder verscheen in het Tijdschrift voor Schuldsanering. Omdat ik vind dat het in de schuldhulp vaak teveel gaat over het juridisch inhoudelijke deel van het oplossen van schulden, en dat wat het doet met mensen nog niet voldoende belicht wordt. Dat is wat ik wil laten horen. Dat is waar ik van overtuigd ben dat nodig is om toe te voegen aan goede hulp bij schulden. Daarom mij pleidooi voor een free hug voor iedereen met schulden 🙂

TvS_2018_pagina_20

Groet!

Liselotte Maas

 

fotografie Jade de Kort

De weeffout in de Wsnp

Het is bijna twintig jaar geleden dat ik als stagiair reikhalzend uitkeek naar de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen die in aantocht was. Na een jarenlange voorbereiding eindelijk een wet die het mogelijk gaat maken dat er voor iedereen met schulden een oplossing komt. Twintig jaar later is dat doel niet bereikt.

De afgelopen maanden ben ik samen met een groepje Fijne Mensen op ontdekking gegaan naar wat nu de ideale route in de schuldhulp is. Heerlijk om met mensen van een afstandje terug te kijken. Even afstand van de waan van de dag. En wat hoor ik dan? Ik hoor dat degenen met schulden vooral iemand willen die naar hen luistert, die er voor hen is. En ik hoor dat de schuldhulpverlener graag voldoende tijd heeft voor zijn client. En de ruimte krijgt om zijn rol zo in te vullen als hij of zij denkt dat goed is. En dat kan in iedere situatie net even anders zijn.

Wow, dat is eigenlijk wel interessant. Al klinkt het nogal voor de hand liggend. Want wat gebeurt er als iemand zich tot de Wsnp wendt? Een rechter en een bewindvoerder Wsnp blinken doorgaans niet uit in hun empathische vermogens. “Dat is ook niet onze taak, wij zijn toezichthouder”. Kijk, en daar gaat iets mis. Toezicht houden op de liquidatie van een BV klinkt logisch. Maar het toezicht houden tijdens een Wsnp traject heeft iets, iets, onnatuurlijks. Een ‘natuurlijk persoon’ is meer dan activa en passiva. Dit is Anton die geknakt is nadat hij zijn baan heeft verloren. En Erna die na een moeilijke scheiding opnieuw een bestaan probeert op te bouwen met haar twee kinderen. De rechter-commissaris ziet er op toe dat de sollicitatieplicht strikt wordt nagekomen. En de parttime baan die Erna heeft zodat ze haar werk kan combineren met de schooltijden van haar kinderen, kan leiden tot een einde zonder schone lei, want 36 uur werken is de norm. En die geldt voor iedereen. En Anton heeft een boedelachterstand, want de berekening van het vrij te laten bedrag bleek niet correct, daarom wordt er nu 300 euro van zijn vrij te laten vakantiegeld achtergehouden. Dit is niet de manier waarop Erna en Anton graag geholpen worden. Ze moeten wel, want de schulden voelen als een molensteen om hun nek. Maar dit is niet de hulp die ze nodig hebben.

En de professional? De schuldhulpverlener wil graag de tijd en ruimte die nodig is om zijn werk goed te doen. Dat is bij de bewindvoerder Wsnp al niet anders. Maar de bewindvoerder Wsnp heeft het niet zo voor het zeggen. De rechtbank bepaalt voor een groot deel het werkproces, de werkzaamheden, de grenzen van de verantwoordelijkheid van de bewindvoerder en de vervolg benoemingen. Niet echt veel speelruimte dus.

Mijn conclusie is dat het mooi is dat er een wet is gekomen die een schone lei mogelijk maakt, dat was destijds ook echt vernieuwend. Maar twintig jaar verder in de tijd past het om de rol van de toezichthouders te herzien. Erna en Anton willen graag van hun schulden af, maar verwachten ook dat er echt naar hun belangen wordt geluisterd en dat ze ook zelf inbreng mogen hebben in het verloop van hun saneringstraject.

 

Fotografie: Jade de Kort

Over hoge en lage mensen

Afgelopen weekend werd een video van Marianne Zwagerman honderdduizenden keren gedeeld op Facebook. Ze trekt daarin fel van leer tegen de term ‘lager geschoold personeel’. Dat we dat nooit meer gebruiken. En in plaats daarvan spreken over theoretisch en praktisch geschoolde mensen. Kijk vooral het prachtige en krachtige statement terug.

We snappen blijkbaar dat dit onderscheid niet oké is. Niet voor niets dat het zo ontzettend vaak is gedeeld en geliked en veel aandacht krijgt. Volkomen terecht. En wat kunnen we hier uit leren als we het doortrekken naar de schuldhulp? Naar mijn idee veel.

Ik denk dat veel, heel veel van de mensen met schulden, huiveren om contact op te nemen met de gemeente. Omdat je je dan mislukt voelt, minder dan degene aan wie je je hele ‘hebben en houwen’ moet gaan voorleggen. Dat je geen zin hebt dat er dan met een vingertje wordt gewezen op wat je misschien minder handig hebt aangepakt. Iedere schuldhulpverlener zal zeggen dat hij zo niet met zijn klanten omgaat. Dat hij respect heeft voor iedereen met schulden, en ze graag helpt. Dat zal ongetwijfeld waar zijn. Maar toch. Het voelt niet altijd zo aan ‘de andere kant van de tafel’. En daar zit ’t ‘m in.

“Mensen zijn huiverig om hulp te zoeken bij de gemeente, omdat ze bang zijn voor het opgeheven vingertje van de schuldhulpverlener.”

Om me heen en niet in de laatste plaats bij me zelf, sluipt het er toch in. Een grap van een collega naar aanleiding van een huisbezoek waar blijkt dat laten we zeggen niet alleen de administratie niet geheel op orde is. De vrouw die haar administratie jarenlang door haar ex-man heeft laten verzorgen, in de naar wat achteraf blijkt wat naïeve veronderstelling dat de boekhouding er toch iets minder rooskleurig uitzag dan ze altijd voorgespiegeld kreeg. Het voedt je met onderhuidse gedachten dat ‘jij’ niet bent zoals ‘zij’. En daar gebeurt het. Dat gevoel neem je ook mee de spreekkamer in. Dat straal je uit als je tijdens een intake gesprek de aanvraag doorneemt en probeert te achterhalen wat hier speelt en waar behoefte aan is.

Een schuldhulpverlener kan zijn werk alleen goed doen, als hij het vertrouwen heeft van mensen. En dat vertrouwen dat kun je alleen maar verdienen. Dat krijg je niet bij het eerste gesprek zomaar mee. Iedere hulpverlener is gelijkwaardig aan de hulpvrager. Alleen met die houding kom je echt met elkaar in gesprek. En kun je de ander gaan helpen met het oplossen van zijn probleem. Dat is ontzettend moeilijk en vergt veel aandacht. Steeds weer opnieuw.

Laten we voortaan naast elkaar plaats nemen in de spreekkamer in plaats van tegenover elkaar, zodat het ‘ik zit hier’ en ‘jij zit daar’ verdwijnt. Zeker weten dat het tot mooie resultaten gaat leiden.

Julius, neem je verantwoordelijkheid!

Het is zomervakantie, heerlijk. Ik zit voor de comfortabele tent op de camping van Vlieland. Achter me hoor ik een vader op luide toon zeggen: “Julius, neem je verantwoordelijkheid!” Ik draai me om, zie een man en hij heeft het tegen een jongetje van zo schat ik in een jaar of drie. Ik vind het een lachwekkend tafereel, en we hebben het later nog vaak herhaald naar onze jonge kinderen. Ik geloof niet dat het veel indruk maakte op die leeftijd, maar zelf hadden mijn man en ik er steeds weer lol in.

Ja, verantwoordelijkheid nemen. Dat vinden veel mensen belangrijk. Bij voorkeur als het om anderen gaat. Maar wat betekent het eigenlijk? Vaak zie ik mensen nog niet echt hun verantwoordelijkheid nemen. In mijn vakgebied van schuldhulpverlening heb ik het dan zowel over de professional als degene met schulden. Bij beiden ontbreekt het nog wel eens aan het nemen van die eigen verantwoordelijkheid. Over die professional misschien een andere keer, nu ga ik eens kijken naar de verantwoordelijkheid van degene met schulden. Wat zie ik daar gebeuren? Heel vaak hoor ik dat de oorzaak van financiële problemen bij anderen wordt neergelegd.  Bij voorkeur de werkgever, of minstens zo handig, de ex… Begrijpelijk, maar het helpt je niet verder.

Wat helpt dan wel?!

Ik denk dat we hier een onderscheid mogen maken, los van de verantwoordelijkheid-vraag. Het ontstaan omvat meestal een complex verhaal van meerdere niet zo positieve gebeurtenissen. Maar, en hier zit de crux, de verantwoordelijkheid van het laten ontstaan van de schulden, is iets volstrekt anders dan de verantwoordelijkheid die je te nemen hebt om ze op te lossen. En daar zie ik het regelmatig mis gaan. Mensen die in de schulden zijn geraakt, door welke oorzaak dan ook, en zich verschuilen in een slachtofferrol. Door de verantwoordelijkheid van zowel het probleem als de oplossing elders te leggen, lukt het niet om er uit te stappen. Koppel het los. Dat de schulden er zijn, is helaas een feit. De enige die er iets aan kan veranderen, ben je zelf. Los van de oorzaken die er aan ten grondslag liggen.

Zolang je de verantwoordelijkheid elders legt, lukt het niet om uit je schulden te komen.

Dit is heel belangrijk. Daar zou in de schuldhulppraktijk meer aandacht voor mogen zijn. Omdat dit de enige manier is om mensen langdurig en structureel uit de financiële problemen te laten komen. Uiteindelijk is iedereen zelf verantwoordelijk. Hoe veel steun en support er ook voor handen is en nodig is. We zouden door meer coaching en aandacht hiervoor nog veel meer mensen kunnen bereiken. Liefst in een zo vroeg mogelijk stadium.

Ik realiseer me dat het makkelijker is gezegd dan gedaan. Maar het kan zeker. Al ben ik de eerste om me af te vragen of het ook bij Julius zin heeft gehad. Hoe zou het met hem zijn? Ik hoop dat hij nog veel vakanties lekker kan vliegeren op het heerlijke strand van Vlieland. Vrij en zonder zorgen.

Fotografie: Jade de Kort

Wat is geluk als je schulden hebt?

Vandaag, 20 maart is de Internationale Dag van het Geluk, lees ik op Blendle. En ik vraag me af, wat geluk voor mij betekent. De zon schijnt, ik heb zin in de dag, ik ben gezond, dat is geluk. En ik ben bezig met het opzetten van een nieuw bedrijf. Dat is wat ik het allerliefste doe. Ik ben dus eigenlijk heel gelukkig. Al sta ik daar niet altijd bij stil.

“En wat, als je schulden hebt? Ben je dan ook gelukkig? Of gaat dat niet samen?”

Gelukkig (haha) ervaren mensen met schulden ook geluk. Als je je kinderen heerlijk ziet spelen, of als je een fijn gesprek hebt met een vriend. Maar of je ook echt voluit gelukkig kunt zijn als je schulden hebt? Dat betwijfel ik. Er is dan toch altijd een knagend gevoel, een zware last die je met je meedraagt. Soms wordt het even verlicht door een mooi moment, maar echt geluk vraagt denk ik ook een gezonde financiële situatie.

Wat kun je daar aan doen als je geldzorgen hebt, of schulden? Het is een lange weg van het hebben van schulden naar een zonnig bestaan waarbij je financiën weer helemaal op orde zijn. Toch heb ik vaak gezien dat het voor mensen mogelijk is. Hoe moeizaam het soms ook gaat. Hoe lang de weg ook is. Ik denk dat het begint met een plan. Het idee dat je er echt uit kunt komen. Er is heel veel hulp. Maar het begint bij jezelf. Als je er zelf in gelooft dat je er uit kunt komen, als je eens goed gaat nadenken wat jouw plan is om de weg naar boven in te gaan zetten, dan ga je stappen zetten. Kleine stappen, misschien eerst je financiën eens doornemen om erachter te komen hoe het er voor staat. Of je gaat op zoek op internet naar hulp in je omgeving. Bij de gemeente, of een schuldhulpmaatje. En kijk, dan gaat er iets gebeuren. Dan ga je zien dat er stapje voor stapje nieuwe mogelijkheden zijn, oplossingen. En dan komt er uiteindelijk een dag dat je van je schulden af bent. En dat zal ongetwijfeld bijdragen aan jouw geluk. Ik gun het iedereen en hoop dat veel mensen op tijd bij zichzelf gaan nadenken wat ze er NU aan kunnen doen. Veel geluk!

Liselotte

De Online Schuldencoach

IMG_5948

De online schuldencoach

Woops. Daar ging ik. Half september. Van het ene op het andere moment was ik op, kon ik niet meer. Ging ik naar huis. Wandelen, fietsen, sporten, om actief te blijven en na te denken. Maar dat kon ik op dat moment ook niet eens heel goed. “Eerst me beter voelen, dan de rest” hield ik me voor, en dat gaf rust. Waardoor ik erachter kwam dat het de hoogste tijd was voor verandering. En daar ben ik weer. Het was een pittige tijd, en ook de komende maanden zijn natuurlijk erg spannend, maar ik heb vooral weer mijn energie teruggevonden, jippie!

Wat ik wil is pionieren. Nieuwe mogelijkheden onderzoeken. Nieuwe oplossingen aanbieden. Met mijn enthousiasme anderen inspireren en motiveren. Eerst heb ik jaren in de schuldhulp gewerkt, daarna meegeholpen aan het opzetten van een innovatieve juridische dienstverlening (kijk vooral eens op uitelkaar.nl), nu is het tijd deze kennis en ervaring samen te voegen en zie daar… de online schuldencoach is geboren. Hier hiep hoera, tijd voor beschuit met muisjes!

Heel spannend wat het gaat worden, in ieder geval is het doel te zorgen dat mensen zelf tot actie overgaan de juiste hulp in te schakelen om hun schulden op te lossen.  En daar ga ik bij helpen. Mijn plan ben ik aan het ontwikkelen, met hulp van ervaringsdeskundigen en andere professionals 🙂

Ik ga je de komende tijd meenemen in deze ontwikkelingen. Je kunt me volgen op FB, Twitter @LiselotteMaas en LinkedIn. See you!

IMG_5948

“Ik ga mensen helpen zelf hun schulden op te lossen!”

Maatwerk

Het klinkt natuurlijk heel mooi, maatwerk. Zmaatwerkorg-op-maat. Zodat de klant precies krijgt wat hij nodig heeft. Aangepast aan zijn eigen wensen en behoeften. Maar hoe prettig is dat eigenlijk? Iemand met schulden wordt door dat maatwerk in de ene gemeente misschien uiteindelijk wel heel anders geholpen dan in de naastgelegen gemeente. Als ik het boek lees van Co Eppink over zijn ervaringen in de schuldsanering, bemerk ik dat ik als bewindvoerder Wsnp heel anders om zou zijn gegaan met zijn vrij te laten bedrag dan beschreven. Dus in dat geval misschien wel maatwerk, maar ook wel willekeur. Misschien hebben we juist wel behoefte aan minder maatwerk. Zodat iemand met een eigen huis weet waar hij aan toe is zodra hij op zoek gaat naar hulp bij schulden. Zeker voorafgaand aan de wettelijke schuldregeling nogal relevant dat je weet wat je te wachten staat. Als ik een brood koop bij de bakker, kies ik uit bruin, volkoren of wit. Lekker overzichtelijk, misschien ergens een maanzaadje bij, maar dat is het dan. Een paar smaken, maar wel duidelijk en overzichtelijk. Volgens mij kan minder maatwerk en meer standaardisering prima samengaan met goede dienstverlening.  Op naar confectie in de schuldhulpverlening.

Bijten op een houtje

BoookcoverFront CoIn dit boek beschrijft Co Eppink hoe het is om schulden te hebben. En hoe lang de weg als je besluit er iets aan te doen. Het illustreert het woud aan instanties, regels, een minnelijk traject, een wettelijk traject met heel veel hobbels, tot ein-de-lijk die schone lei er is. Het boek is uit. En ik schaam mij dat ik al ruim 15 jaar zelf ook onderdeel ben van dit systeem. Het beschrijft hoe wij – overheid – denken van alles goed te regelen, maar uiteindelijk is het voor mensen een groot doolhof. Treffend vond ik het stuk over de brief waarin de pro-forma toelatingszitting wordt aangekondigd. “Zal ik toch maar wel gaan, om mijn goede wil te tonen?” Iedereen die in de schuldsanering werkt, weet dat dat zinloos is. Twee extra regels aan een brief toegevoegd hadden veel stress kunnen wegnemen. En zo staat het boek vol van momenten waar niet Co, maar iedereen die te maken heeft met de schuldhulpverlening, zich eigenlijk voor zou moeten schamen. Lezen dus. En laat me weten wat je ervan vindt.